Reglement werkgroep 175th Infantry Regiment Maryland National Guard

Afdrukken
PDF

Reglement werkgroep 175th Infantry Regiment Maryland National Guard


De werkgroep beeldt een infanterie eenheid uit van de traditiedrager van de Maryland Guard (c.q. 1st Md Inf Bat, c.q 2nd Md Inf Regt) in West Europa 1943/1945. 175 Inf Md Ng vormde een onderdeel van de 29th Infantry Division (Blue & Grey), kwam aan land op D-Day op Omaha Beach, vocht vervolgens in Bretagne, Zuid Limburg, en vocht zich vervolgens een weg door Duitsland richting Elbe.

In principe dient de eerste uniformering/uitrusting te bestaan uit die zaken die op D-day gedragen werden. Verdere aanvullingen kunnen in de loop der tijd gemaakt worden met zaken die later in de oorlog uitgegeven kunnen zijn, maar de D-Day basis dient aanwezig te zijn.

Contemporaine afwijkende US kleding en uitrusting die reeds bij deze of gene in bezit zijn mag tijdelijk gebruikt worden als tussenmaatregel, maar iedereen dient op den duur het basispakket te hebben. De onderstaande lijsten zijn voor de gewone soldaten en onderofficieren. Officierskleding/uitrusting den die van personeel met bijzondere taken kan afwijken. Eeen aantal uitrustingsstukken worden in de tekst aangeduidt met een :”*”. Dit betekent dat een dergelijk uitrustingsstuk slechts sporadisch voor mag komen in de groep om het beeld niet te verstoren en dus alleen mag meegevoerd worden na toestemming van de commandant of coördinator!!!!!

 

Kleding (standaard)

- Ondergoed, wit of O(live) G(reen) [legergroen], sokken OG of beige.

- Shirt Wool, een wollen hemd met twee borstzakken. Bij voorkeur dragen manschappen het manschappenmodel, dus zonder epauletten.

- Trousers Wool (Mustard) M1937 model. Wollen broek met 2 steek- en 2 achterzakken. De wollen broek behorend bij het ‘Ike”jacket is ook aanvaardbaar.

- Broekriem, manschappenmodel Webbing riem met open gesp

- Schoes/boots. Het oude Nederlandse model kistjes (50-er jaren ingevoerd) is aanvaardbaar gezien het feit dat goede schoenen in bruikbare maten zeldzaam zijn. Eigenlijk moeten het halfhoge bruine schoenen zijn. De Nederlandse kistjes kunnen zo, of tot halfhoog afgesneden gedragen worden. Er zijn ook aanvaardbare replica’s op de markt.

- Leggings dismounted, canvas slobkousen. Mede geschikt om te verbergen dat je NL kistjes te hoog zijn.

- M41 jack. Kort windjack in khaki stof. Er zijn goede en toch goedkope replica’s op de markt.

- Cap, Wool, Knit, M41, oftwel de Beanie of Jeep Cap, een gebreid wollen mutsje met een kleine klep. Als replica beschikbaar in diverse kwaliteiten.

- Helm, M1. Gebruik hemnet (vroeg met grove mazen of engels) en elastische band naar keuze.

 

Kleding (aanvulling)

- Overcoat, lange wollen winterjas

- Garrison cap, “schuitje”met of zander piping in de wapenkleur (lichtblauw)

- High Neck Sweater, een wollen trui met gedeeltelijke knoopsluiting. Er zijn goede replica’s op de markt. Er zijn ook diverse andere private purchase modellen in de handel die ook gedragen mogen worden. De High Neck Sweater wordt nog steeds uitgegeven maar dan in een donkere acryl. Deze mag eventueel als warme onderlaag gedragen worden, mits voorzien van niet moderne knopen, maar in principe niet zichtbaar.

- Trousers & Jacket HBT, werktenue in groene visgraatkatoen. Werd ook als zomergevechtstenue gebruikt.

- Diverse modellen overschoenen , kunnen ook gebruikt worden om niet authentiek schoeisel te verbergen.

- Diverse handscoenen, bivakmutsen, “Winterhelmets”etc.


-

 

Kleding (aanvulling uitgaanstenue)

- Het reeds genoemde wollen hemd, broek, broekriem, Garrison Cap.

- Stropdas

- Coat, Wool Serge, uitgaansjasje met 4 zakken, en natuurlij bijbehorende emblemen

- Eventueel lage bruine schoenen

- Eventueel de platte pet

 

Kleding (aanvulling laat oorlogs)

- M43 Buckle boots.

- M43 jack.

- M43 broek

- “IKE” jacket voor uitgaanstenue

 

Uitrusting (standaard)

Alle uitrustingstukken dienen zoveel mogelijk in licht khaki aangeschaft te worden. De meeste uitrustingstukken zijn pas heel laat of zelfs pas na de oorlog in OG verstrekt.

- Belt Cartridge, .30, M1923, de bekende Garand Belt. M1910 met LTD (Lift The Dot) Fasteners en 12-pocket model ook toegestaan.

- Canteen met cup en hoes.

- Pocket 1st Aid, verbandtasje. Laat WO1 model ook toegestaan.

- Haversack M1928, rugzakje met schouderriemen. Met carrier, pack (verlengstuk) Laat WO1 model ook toegestaan.

- Shovel M1910 met cover of Shovel M1943 met cover.

- Meatcan M1910 of M1932/42, etensblikje.

- Lepel, mes, vork US model.

- Deken(s) (OG)

- Shelter half, complete. Bij voorkeur het vroege khaki model met enkele punt. (Het is aan manschappen en NCO’s niet toegestaan in het veld twee tenthelften mee te voeren. Centraal zal gezorgd worden voor een extra tenthelft voor gebruik bij oneven aantallen. (Bij meer ‘Vaste” kampementen vervalt deze regel)

- Mantelriempjes.

 

Uitrusting (aanvulling)

- Poncho. WO2 model zonder capuchon. (Mits alleen bij zware regen gebruikt en verder verstopt gehouden kan ook het Korea model met capuchon en de modernere groene rip-stop nylon poncho (Vietnam) gebruikt worden. )

- Plunjebaal, US WO2 model.

- Om meer (en gemakkelijker) spullen mee te kunnen nemen werd volop gebruik gemaakt van de General Purpose Bag, lege gasmaskertassen (rubber of gewoon 3 snap model) e.d.

- Extra munitie werd gedragen in katoenen bandoliers.

- * Extra uitrustingstukken* die wel aan de koppel gedragen werden zijn b.v. draadscharen, pompstokken, granaatvizieren (als je tenminste ook een granaattap op je geweer hebt), kleine houwelen, handbijlen, en later in de oorlog handgranaattasjes.

- Contemporaine Coleman benzinebrander *. ( Niet meer als 1 stuks per 2-4 man)

- Ook werd wel tijdelijk gebruik gemaakt van buitgemaakt Duits materiaal* (etensblikken, Esbit branders, koppels etc.) of “georganiseerd” burgermateriaal *.

- Er is talrijk authentiek klein materiaal te koop, zoals zeepdoosjes, tandenborstels, scheerapparaatjes, zeep, luizenpoeder, condooms, bijbeltjes, etc. etc.


 

 

Bewapening:

De bewapening bestaat in principe uit wapens die ongeschikt zijn gemaakt voor het verschieten van scherpe munitie, dus alleen nog geschikt voor losse flodders, dan wel geheel onklaar.

- Standaardwapen voor de infanterist is de M1 Garand met bajonet M1 (kort) of M42 (lang).

- * Per squad kunnen 3 geweren voorzien zijn van een granaattap voor het verschieten van geweergranaten. Dit kan een M1903A1 of 1903A3 zijn. Een van deze taps wordt bij voorkeur gedragen door de plv. squadcdt.

- * Per platoon kan 1 persoon scherpschutter zijn, bewapend met een M1903A4. (Garand M1C of M1D niet toegestaan).

- * Per squad zou een BAR als ondersteuningswapen aanwezig moeten zijn.

- * Een pistool wordt aleen door de officier(en) gedragen.

- *De M1 karabijn wordt alleen door de officier gedragen en eventuele chauffeurs, of ander ondersteunend personeel.

- * De officier, en eventueel een man per squad, kan eventueel een Thompson of Grease Gun pistoolmitrailleur dragen.

- * Andere wapens kunnen bij bepaalde scenario’s worden ingezet, maar leiden af van het beeld van een normaal infanteriepoloton. (B.v. Buitgemaakt Duits materieel.)

 

Groot materieel:

Voor vastere kampen kunnen zaken als kisten met voorraden, grotere tenten* (b.v. “Small Wall”) radioapparatuur*, graafgereedschap, etc. het beeld verlevendigen.

 

Voertuigen:

Het binnen de groep beschikbaar hebben van een voertuig levert de eigenaar niet automatisch een rang of andere voordelen op. Voertuigeigenaren die incidenteel met ons meedoen, moeten zich in principe aanpassen aan onze regels.

 

Emblemen:

Naast de betreffende rangemblemen draagt iedereen minstens op zijn buitenste kledinglaag het embleem van de 29th Infantry Division. Het uitgaansjasje wordt opgesierd met diverse onderscheidingen, voor zover het dragen daarvan conform de binnen de groep geldende richtlijnen toegestaan is.

Enkele voorbeelden:

- Purple Heart “echte”kwalificatie of medische zorg vereisende verwonding tijdens VMLH reenactment.

- Good Conduct 3 jaar lidmaatschap VMLH of “Reenactor van het jaar”.

- American Campaign minstens een re-enactment in USA.

- European Campaign minstens re-enactment in 3 landen in Europa buiten NL in VMLH verband.

- Combat Infantryman Badge minstens 50 dagen VMLH re-enactment.

- Schietmedailles na afleggen nader te bepalen schiettest.

- Overige onderscheidingen na specifieke toestemming bestuur.

 

Bij gebreik aan voldoende 29th Inf. Emblemen moet in ieder geval het uitgaansjasje ervan voorzien zijn. ( Vervolgens M41 Jack, wollen hemd, overjas, overigen.) Het aanbrengen van een (geschilderd) divisie embleem voor op de helm is naar vrije keuze.

 

Bij het uitbeelden van een infanteriepeloton is organiek geen plaats voor vrouwelijke inbreng. Vrouwen mogen echter wel mee in de rol van lokale burger, danwel WAC (“Milva”) of Army Nurse. Vrouwelijk personeel is normaal gesproken onbewapend. (Een verzetsstrijdster zou een uitzondering kunnen zijn.) Zie verder aparte notie betreffende vrouwenuniformen.

 

Naast de uitbeelding van het 175e komt het wel voor dat we samenwerken met andere groepen. De britse groep die 2nd Armoured uitbeeldt is hiervan een voorbeeld. We zullen dan niet op kunnen treden als 175th Inf. Maar zullen ons bij die gelegenheden presenteren als 41st (Armoured) Infantry. En zo zijn er tal van andere mogelijkheden. Het is daarom van belang dat eenieder een minimum aan kleding heeft om deze rol naar behoren te kunnen vervullen. De rol die we dan spelen verschilt niet wezenlijk van wat we altijd al doen, dus de eenvoudigste en goedkoopste oplossing is voor de betreffende gelegenheid eenvoudigweg je 29th embleem verwijderen. Wat betreft het gebruik van alternatieve uniform- en uitrustingsstukken gelden per geval verschillende regels.

31 users on the site